Welkom bij UNICEF

Fijn dat je onze site bezoekt! We informeren je graag over ons werk voor kinderen wereldwijd. Om de site goed te laten werken en optimaal met je te communiceren, gebruiken we cookies. Zodat we met minder uitgaven méér kinderen kunnen helpen. Help je ons mee?

...of stel zelf je cookies in

Kinderarbeid stijgt aanzienlijk voor het eerst in 20 jaar

10 juni 2021

Het aantal kinderen dat noodgedwongen moet werken is wereldwijd gestegen tot 160 miljoen. Dit is een stijging van 8,4 miljoen kinderen in de afgelopen vier jaar. Door de coronacrisis lopen nog eens miljoenen kinderen extra risico om gedwongen te worden tot kinderarbeid, dat zegt UNICEF op basis van een rapport dat vandaag uitkomt, in aanloop naar de Internationale dag tegen Kinderarbeid op 12 juni.

Kinderarbeidburkinafaso 2020 uni394746

UNICEF en de Internationale Arbeidsorganisatie (ILO) slaan alarm. Volgens het rapport lopen door de pandemie nog eens negen miljoen kinderen het risico om voor eind 2022 in de kinderarbeid terecht te komen. Dat getal kan zelfs stijgen naar 46 miljoen. Tussen 2000 en 2016 daalde de kinderarbeid nog met 94 miljoen kinderen.

Vooral veel kinderarbeid in Afrikaanse sub-Sahara

Vooral het aantal kinderen in de leeftijd van 5 tot 11 jaar dat arbeid verricht, nam toe; zij vertegenwoordigen nu de helft van alle kinderarbeid wereldwijd. Het aantal kinderen van 5 tot 17 jaar dat gevaarlijk werk doet, is gestegen met 6,5 miljoen naar 79 miljoen. In de Afrikaanse sub-Sahara verrichten inmiddels meer kinderen arbeid dan in de rest van de wereld. Bevolkingsgroei, terugkerende crises, extreme armoede en ontoereikende sociale beschermingsmaatregelen hebben in deze regio sinds 2016 gezorgd dat nog eens 16,6 miljoen kinderen aan het werk moesten. In totaal werken hier nu 86,6 miljoen minderjarigen.

In het gebied waar enige verbetering is geboekt, zoals Azië en het Stille Oceaangebied, Latijns-Amerika en het Caribisch gebied brengt de coronacrisis die vooruitgang in gevaar.

Coronacrisis

Economische klappen en schoolsluitingen als gevolg van de coronapandemie kunnen er bovendien toe leiden dat kinderen die al arbeid verrichten langere uren maken onder slechtere condities. Bijna de helft van de kinderen verricht ook nog eens onveilig werk, bijvoorbeeld ondergronds of met gevaarlijke machines. Zulk werk brengt hun gezondheid en ontwikkeling direct in gevaar.

De landbouwsector is goed voor 70 procent van alle kinderarbeid, gevolgd door 20 procent in de dienstensector en 10 procent in de industrie. Bijna 28 procent van de kinderen tussen de 5 en 11 jaar en 35 procent van de groep tussen 12 en 14 jaar die arbeid verricht, gaan niet naar school.

kinderarbeid in Burkina Faso

Kinderen werken in een buitenwijk van de hoofdstad van Burkina Faso

Kinderen werken in een buitenwijk van de hoofdstad van Burkina Faso

Internationale oproep

UNICEF en ILO roepen regeringen en ngo’s op om te investeren in programma's om kinderen terug naar school te krijgen en kinderen te beschermen. Lidstaten, bedrijven, vakbonden, het maatschappelijk middenveld en regionale en internationale organisaties moeten hun inspanningen verdubbelen in de wereldwijde strijd tegen kinderarbeid, zeggen UNICEF en ILO. De aanpak van kinderarbeid is complexer dan het weren van kinderen uit fabrieken, katoenvelden of goudmijnen. UNICEF steunt bedrijven die hun maatschappelijke verantwoordelijkheid nemen. Bedrijven wordt gevraagd kinderarbeid niet alleen in hun eigen productie(keten) aan te pakken, maar ook in die van hun leveranciers.

Met financiering van het Ministerie van Buitenlandse Zaken werkt UNICEF Nederland samen in de alliantie Work: no Child’s Business. In dit programma wordt in een brede, sector overstijgende aanpak van kinderarbeid geïnvesteerd. Ook neemt UNICEF Nederland deel aan drie sectorconvenanten (kleding, metaal/mineralen en goud) om samen met de overheid, bedrijven en andere maatschappelijke organisaties vorm te geven aan internationaal maatschappelijk verantwoord ondernemen. 

Vanaf dit jaar werkt UNICEF samen met de Nederlandse VDL Groep, die een breed scala aan industriële producten ontwikkelt en produceert. Vooruitlopend op toekomstige wetgeving, onderzoeken VDL en UNICEF Nederland samen wat de VDL Groep kan doen om te voldoen aan de OESO-richtlijnen voor internationaal maatschappelijk verantwoord ondernemen en op die manier de situatie voor kinderen wereldwijd te verbeteren.  

Gerelateerd aan dit onderwerp